|
VerzamelaarsJaarbeurs
14 & 15 april 2012 Jaarbeurs Utrecht |
|
| • Home • April 2012 • Voorverkoop • Showroom • Dutch Collector Award 2011 • Waar • Entree • Links • Foto impressie • Blog | |
Hebben is houdenVerzamelaars Jaarbeurs bestaat dertig jaarJaco Berveling 21 & 22 november bezoeken weer enkele tienduizenden Nederlanders de Verzamelaars Jaarbeurs in Utrecht. De beurs bestaat dit jaar al weer dertig jaar. Ik mag er graag komen. Het is de ideale plek om de homo collector in het wild te aanschouwen. Zo kun je er volwassen mannen minutenlang een bak met smurfen zien doorzoeken. Niet alleen smurfen, ook ieder ander denkbaar voorwerp is vertegenwoordigd. De beurs bestaat uit een stuk of tien voetbalvelden vol curiosa, platen en cd's, aardewerk, postzegels en speelgoed. De vaste bezoekers haal je er zo uit. Die dragen gezien de omvang van de beurs stevige wandelschoenen en zeulen niet met een tas, maar bedienen zich van een fors uitgevallen rolkoffer of boodschappenwagen. Niemand weet precies hoeveel, maar vermoedelijk zijn er in Nederland een paar miljoen verzamelaars. Iedereen lijkt dat heel gewoon te vinden en toch is dat verzamelen buitengewoon merkwaardig gedrag. Er is immers veel tijd, geld, moeite en ruimte mee gemoeid. Mensen speuren eindeloos naar dat ene ontbrekende object, zijn bereid er fors voor te betalen en zien hun huis ook nog eens veranderen in een volgepakt museum. Soms staat het zo vol dat de eigenaar er zelf amper nog bij kan. Er wordt veel energie ingestopt, maar wat levert dat verzamelen nu eigenlijk op? Wat is de diepere zin van duizenden briefkaarten, honderden Barbie-poppen, tientallen parfumflesjes en antieke radio's? Waarom verzamelen?Wanneer je verzamelaars vraagt waarom ze verzamelen, dan hebben de meesten eigenlijk geen idee. Ze kijken je glazig aan en mompelen dat het nu eenmaal leuk is om te doen. Daar kom je dus niet veel verder mee en Nederlandse studies over het waarom achter verzamelen zijn met een lantaarntje te zoeken. Gelukkig weten we tegenwoordig op basis van buitenlands onderzoek meer. Vooral in Engeland en de Verenigde Staten is er de laatste decennia serieus onderzoek gedaan naar verzamelaars. In Engeland is zelfs een een heel nieuw onderzoeksveld ontstaan: de Collecting Studies. Op basis van dit en eigen onderzoek durf ik de stelling wel aan dat er niet één verklaring voor het verzamelen is. Wil je er ook maar iets van snappen, dan zul je er op verschillende manieren, vanuit verschillende disciplines naar moeten kijken.Gefrustreerde Casanova'sAls je dat niet doet, kun je de plank stevig misslaan. Ik denk dan met name aan de psycho-analytische verklaringen van verzamelen. De bekendste auteur op dit gebied is ongetwijfeld de Amerikaan Werner Muensterberger. Deze psychoanalyticus schreef een leuk boek over verzamelen, maar het is behoorlijk eenzijdig en clichématig. Zijn verklaring staat nog helemaal in de freudiaanse traditie. Het komt erop neer dat verzamelen compenseert voor vervelende gebeurtenissen uit het verleden. Je hebt als kind iets tragisch meegemaakt (een van je ouders is bijvoorbeeld overleden) wat leidt tot angst en onzekerheid. Verzamelen is in deze visie een kwestie van compensatie. Verzamelaars gaan steun zoeken in objecten in plaats van mensen. Het is een ideaal middel om allerlei frustraties een positieve draai te geven. Ook angst en frustratie op het seksuele vlak kunnen volgens deze theorie mensen tot verzamelen aanzetten. Verzamelaars zijn eigenlijk gefrustreerde Casanova's. Omdat seksuele behoeften niet worden vervuld, zoeken ze naar een vervanging. Dit klinkt allemaal reuze plausibel, maar het is op z'n minst eenzijdig. Er zijn miljoenen verzamelaars in Nederland, hebben die allemaal een verstoorde moeder- of vaderbinding en seksuele frustraties? Wie verzamelaars interviewt komt tot een andere conclusie. Een geïnterviewde verzamelaar zei: "volgens mij mankeer ik niks", en zo is het met de meesten.Scheiden, schulden, stervenEen andere verklaring die plausibel klinkt, maar waar wel wat op valt af te dingen, zou je de economische verklaring kunnen noemen. Je hoort regelmatig dat verzamelen een lucratieve bezigheid is. Mensen verzamelen om er wat aan te verdienen. Zo bezien zou het een zuiver rationele bezigheid zijn. De Homo economicus weegt rationeel kosten en baten tegenover elkaar af, koopt goedkoop in en verkoopt met een dikke winst.Het staat buiten kijf dat er veel geld in de verzamelbranche omgaat. Vermoedelijk minstens een half miljard per jaar en dat is nog een voorzichtige schatting. Wanneer we naar kunstverzamelaars kijken, dan zien we dat er regelmatig records worden gebroken. Een Picasso die van de hand gaat voor honderd miljoen dollar is niets, maar ook de kleinere verzamelobjecten mogen er zijn. In 2007 bracht tijdens een veiling een Amerikaans honkbalplaatje nog 1,77 miljoen euro op. Aan alles wat zeldzaam is, valt in principe iets te verdienen. Het punt is echter dat de meeste verzamelaars zich zo sterk aan hun verzameling gaan hechten, dat het eigenlijk nooit tot verkopen komt. Ze hebben met hun collectie 'geleefd' en kunnen er gewoonweg geen afstand meer van doen. Een verzameling wordt pas verkocht wanneer een van de drie S-en in beeld is: scheiden, schulden of sterven. Pas dan wordt een collectie noodgedwongen van de hand gedaan. Dat verzamelen geld oplevert is vooral een mooi verhaal waarmee verzamelaars hun familie gerust stellen. Het legitimeert de volgende (dure) aankoop. De freudiaanse en economische verklaringen hebben hun beperkingen. Dit wil overigens niet zeggen dat de psychologie en economie niets zinnigs over verzamelen te melden hebben. Integendeel, maar er is meer. We komen een stuk dichter bij de waarheid wanneer we ook kijken naar sociobiologische, historische, sociologische en filosofische verklaringen. Dwangmatig verzamelenVooral de sociobiologie, evolutiepsychologie en neurologie hebben de laatste decennia aan een beter begrip van verzamelen bijgedragen. Alles wijst erop dat verzamelen instinctmatig gedrag is en genetisch vastgelegd. Dat is ook niet zo gek, de geschiedenis van onze voorouders is honderdduizenden jaren verbonden geweest met jagen en verzamelen. Honderdduizenden jaren was er ook sprake van schaarste. Alles wat kon bijdragen aan overleven was welkom. Dan ging het uiteraard om voedsel, maar ook voorwerpen hielpen het vege lijf te redden. Dingen willen hebben, was ooit buitengewoon functioneel. Van voorwerpen kun je wapens of gereedschappen maken en die vergroten de kans op overleven.Ons lichaam zorgt ervoor dat we het verzamelen aan de gang houden. De sociobiologen Burnham en Phelan zeiden het al: 'Our genes reward us whenever we make progress'. Dingen verwerven geeft een lekker gevoel. Zoals iedere koopverslaafde weet, werkt kopen als een soort antidepressivum. Je lichaam beloont je met een kortstondige shot geluk. Ook leerzaam is het subtiele, maar belangrijke verschil tussen verzamelen en hamsteren. Verzamelen zien we als een gezonde bezigheid, dwangmatig hamsteren als een obsessief-compulsieve stoornis (OCS). Hamsteraars gaan volledig los. Het bekendste voorbeeld zijn de gebroeders Homer en Langley Collyer. De twee broers leefden in de periode 1929-1947 een teruggetrokken leven in de wijk Harlem in New York. Twee decennialang sleepten de broers spullen naar hun huis totdat iemand de politie belde met de mededeling dat er een dode in het huis van de Collyer's lag. Toen de politie een kijkje kwam nemen bleek het huis gebarricadeerd. Nadat een ploeg van zeven man zich eindelijk toegang had weten te verschaffen, stoten zij op een muur van oude kranten, veldbedden, stoelen, dozen en ontelbare andere soorten rommel. Het lichaam van Homer werd als eerste gevonden. De politie haalde in totaal 103 ton spullen uit het huis, waaronder veertien piano's. Het duurde nog twee weken voordat Langley Collyer in een tunnel van krantenpapier werd ontdekt. De twee broers gingen ten onder aan een OCS-variant, die ook wel het Collyer Brothers Syndrome wordt genoemd. De laatste decennia zijn we meer te weten gekomen over deze stoornis. Amerikaanse wetenschappers zijn in 2001 gestart met de OCS Genetics Study. De studie richt zich op broers, zussen en andere familieleden die allemaal een obsessief-compulsieve stoornis hebben. Van al deze mensen is DNA afgenomen en geanalyseerd. Bij families waarin iedereen hamstert blijkt één bepaald chromosoom eruit te springen. Het is de eerste aanwijzing dat de drang tot hamsteren genetisch is bepaald en van de ene aan de andere generatie kan worden doorgegeven. In ander (neurologisch) onderzoek is men er in geslaagd met behulp van hersenscans de collecting spot (ook wel ‘koopknop’ genoemd) vrij nauwkeurig te lokaliseren. Het bevindt zich in de rechter prefrontale hersenschors. Verder is gebleken dat er in de hersenen afwegingsmechanismen werkzaam zijn. Er wordt bij het verwerven van producten voortdurend een winst- en verliesrekening opgemaakt. Bij mensen met een hersenbeschadiging is dat afwegingsmechanisme waarschijnlijk in de war schopt. Ze vinden alles belangrijk, willen alles hebben en voor de zekerheid wordt alles bewaard Hollandse schraapkoortsDe sociobiologische verklaring is echter niet compleet zonder een cultureel-historische. De vorm waarin de drang tot verzamelen zich uitdrukt is sociaal en cultureel bepaald. Dit geldt bij uitstek voor Nederland. In de eerste helft van de 19de eeuw schreef Kneppelhout, onder het pseudoniem Klikspaan, zijn Studenten-typen. Daarin neemt hij typisch Nederlandse eigenaardigheden op de hak. Klikspaan bezoekt met een vriend bijvoorbeeld de gebroeders Quad. Het zijn verzamelaars van munten en handtekeningen. Na de nodige pesterijen en een vechtpartijtje staan ze weer op straat, waarna ze hun gal spuwen op dit soort "liefhebbers". De Quads hebben nergens verstand van, maar worden van jongsaf aan wel aangemoedigd tot dit soort schraapkoorts."... het is maar de hebzucht, de schraapkoorts, de lust van veel bij elkander te garen, de kanker van onze Hollandsch karakter, die wordt aangezet." En daar heeft Kneppelhout een punt.Ook hedendaagse buitenlandse auteurs kijken verwonderd naar onze verzamelwoede en beschouwen Nederland als een "interesting special case". In de 16de en vooral 17de en 18de eeuw was Nederland vermaard om zijn particuliere verzamelingen. Het aanleggen van een verzameling werd onder gegoede burgers een geliefde bezigheid. Daarbij speelde mee dat de havens van Amsterdam en Rotterdam een belangrijke bron waren van bijzondere en exotische voorwerpen. Het was de tijd van de cabinets de curiosites of kunstkabinetten die volgestouwd werden met schilderijen, penningen en munten, opgezette exotische dieren, gedroogde planten en stenen. Aan die particuliere verzamelwoede heeft Nederland menig museum te danken. Kwaken in de juiste vijverKneppelhot zag dat ouders bij hun kinderen het verzamelen van jongsaf aan stimuleren. Dit geeft al aan dat verzamelaars niet in een sociaal isolement verkeren. De gebroeders Collyer zijn echt een uitzondering. Ouders, de partner, kinderen, vrienden en kennissen, handelaren en verzamelaarsverenigingen hebben allemaal invloed op het gedrag van de verzamelaar. Menig verzamelaar bouwt een goede band op met handelaren en menigeen is lid van een verzamelaarsvereniging, zoals (ja, ze bestaan echt) de Stichting van Smurfenverzamelaars en de Thee-envelopjes Verzamelgroep.Deze verenigingen zijn een bron van respect en waardering. Wie 'verzamelen' wil begrijpen kan niet zonder het sociale begrip status. Wie een mooie verzameling heeft opgebouwd wordt zowel bewonderd als benijd. Het luistert met status echter nauw. Verzamelaars moeten hun referentiegroep zorgvuldig kiezen. De econoom Robert Frank maakte ooit de vergelijking met kikkers. Een slimme kikker kiest een vijver waarin hij de grootste is. Hij kwaakt dan het hardst en alle kleintjes zullen met respect naar hem opkijken. Een verzamelaar met een bijzonder bierblikje maakt op zijn niet ingewijde buurman geen enkele indruk. Op de Beer Can Collectors Club is dat wel even anders. Die mensen begrijpen wel dat je iets bijzonders en zeldzaams hebt. Verzamelen als gedenktekenDe tienduizenden mensen die morgen en overmorgen de Verzamelaars Jaarbeurs zullen bezoeken, doen dat op basis van een mix van motieven. In de eerste plaats vanuit instinct, met daarbovenop een Nederlandse cultuur die verzamelen in hoge mate stimuleert. Verder zal er voor sommigen wel iets van compensatie bijzitten, maar dat is ongetwijfeld een zeer kleine minderheid. Dat geldt ook voor de verzamelaars die het om geld is te doen. We gaan er alweer iets meer van begrijpen wanneer we ook kijken naar status. Maar wie weet, is de ultieme verklaring uiteindelijk wel een filosofische en proberen al die verzamelaars hun sterfelijkheid te ontkennen. Zij verdwijnen, maar hun verzameling blijft bestaan. Al die verzamelingen zijn dan te beschouwen als gedenktekens. Zo laten verzamelaars hun sporen na in de tijd. Ik vermoed echter niet dat die tienduizenden verzamelaars morgen en overmorgen daar ook maar één gedachte aan zullen wijden. Want, hé, verderop staat nog een bak met smurfen.Dit artikel is gebaseerd op Hebben is houden. Wat iedere verzamelaar en boekenliefhebber over zichzelf moet weten, dat zal verschijnen bij uitgeverij Aspekt, € 19,95
Meer informatie over het boek van Jaco Berveling: Hebben in Houden VerzamelaarsJaarbeurs najaar 2009 in Jaarbeurs UtrechtZaterdag 21 november van 9.00 uur tot 18.00 uur, zondag 22 november van 10.00 uur tot 17.00 uur.
|
|