In hoeverre bent u het met de volgende stellingen eens?
Oneens
Eens
1
2
3
4
5
A
Ik laat mijn verzameling graag aan anderen zien en mag er graag over vertellen
B
Ik weet precies, tot op de euro, wat mijn collectie waard is.
C
Zodra ik iets aan mijn verzameling heb toegevoegd, ga ik weer op zoek naar het volgende object.
D
Als ik naar mijn verzameling kijk, zie ik (een deel van) mijn leven.
E
Verzamelen zit bij mij in de familie.
F
Een nieuwe aanwinst voelt als een verovering; het geeft mij een intense, haast seksuele, voldoening.
G
Er is er maar één de baas over mijn verzameling en dat ben ik.
A
Ik ben lid van een verzamelvereniging en anders zou ik best lid willen worden.
B
Mocht ik ooit met mijn verzameling stoppen, dan verkoop of veil ik de boel.
C
Goed bedoeld natuurlijk, iets cadeau krijgen voor je verzameling, maar ik zoek
liever zelf.
D
Mijn verzameling laat zien wie ik ben.
E
Als ik iets zie dat goed in mijn collectie past, dan moet ik het, koste wat het kost, hebben.
F
Als kind wilde ik zonder knuffel niet gaan slapen.
G
Mijn verzameling heb ik keurig op orde, alles staat in het gelid.
A
Mijn verzameling staat op een opvallende plek in huis.
B
Als ik een goede winst kan maken op een aankoop, verkoop ik het door.
C
Voor mijn verzameling reis ik stad en land af en surf ik heel de wereld over.
D
Mijn verzameling is een bron van plezierige herinneringen.
E
Iedere aanwinst geeft mij een kick; een lekker, opgetogen gevoel.
F
Na een aankoop voel ik mij getroost.
G
Mijn verzameling zal mij overleven.